Het menselijk skelet

Het Skelet, fundatie van het menselijk lichaam

 

Het skelet heeft een aantal belangrijke taken binnen ons lichaam. Het skelet geeft bescherming en vorm aan ons lichaam en dankzij de vele gewrichten kunnen wij ons vrij bewegen. Het skelet zorgt tevens voor opslag van vet en calcium. Ons skelet bestaat uit een wervelkolom, schouders, ribbenkast, schedel, bekken, armen en benen.

Functies van ons skelet

Het skelet heeft diverse belangrijke functies. Het skelet zorgt voor bescherming en ondersteuning van vitale organen. (oa het hart en de longen). Veel spieren in ons lichaam zitten vast aan het skelet, waardoor de spiersamentrekkingen het skelet in beweging kunnen krijgen. In combinatie met de diverse gewrichten stelt dat ons in staat te bewegen, lopen of dingen vast te pakken. Het rode beenmerg wat in diverse beenderen aanwezig is, produceert bloedcellen. Ook wordt er in het skelet vet en calciumzouten opgeslagen. Dit calciumzout maakt het bot hard en stevig, terwijl juist de organische componenten het bot flexible maken.

Bij de geboorte bestaat het menselijk skelet uit ongeveer 300 botten en botjes. Een groot deel van deze botten bestaan dan nog voornamelijk uit kraakbeen. De botten worden harder, steviger en stijver doordat er calciumzouten worden afgezet op het kraakbeen. Het beendergestel blijft groeien tot in de pubertijd. Naarmate men ouder wordt, groeien een aantal daarvan aan elkaar, waardoor een het skelet van een volwassen mens 206 botten bevat.

De beenderen in ons skelet kunnen we onderverdelen in vier groepen:

Lange beenderen (bijv. Dijbeen)
Korte beenderen (bijv. Vingerkootjes)
Platte beenderen (bijv. Schouderblad)
Onregelmatige beenderen (Bij. Wervel)

Het skelet van top tot teen

 

Schedel

Een van de taken van het skelet is de bescherming van kwetsbare en vitale organen in ons lichaam. Dit geld zeer zeker voor de schedel. De schedel heeft als belangrijke taak de weke en zeer kwetsbare hersenen te beschermen De schedel bestaat uit 29 delen. Dit zijn aan elkaar gegroeide botten, welke tijdens de geboorte voor het grootste deel nog los van elkaar waren. Hierdoor kunnen de cranial botten tijdens de geboorte over elkaar schuiven om de geboorte te vergemakkelijken.  14 Botten (faciale botten)vormen gezamenlijk het gezicht(jukbeenderen, kaken en neusbeen), 8 botten (cranial botten)vormen de schedel of hersenpan. Ook zitter er in elk oor nog 3 kleine botjes en samen met de onderkaak brengt dat het total op 29. De onderkaak is het enige bewegende deel van de schedel en kan alle kanten op bewegen.

Schoudergordel

 

De schoudergordel is de groep botten die de bovenste ledematen verbindt met de rest van het skelet.
De sleutelbeenderen en de schouderbladen vormen samen de schoudergordel. Het schoudergewricht is een kogelgewricht waardoor de arm 360 graden rondom kan bewegen. Er zitten spieren tussen de armen en de diverse onderdelen van de schoudergordel. Elke spier zorgt voor een andere bewegingsrichting van de armen.

Armen

Een arm bestaat uit de hand, onderarm en bovenarm. De bovenarm wordt gevormd door het opperarmbeen. De ellepijp en spaakbeen vormen samen de onderarm. Handwortelbeentjes, middenhandsbeentjes en vingerkootjes maken de hand.
De bovenarm, oftewel het opperarmbeen is onderdeel van twee gewrichten. Aan de bovenzijde heeft het een kogel, welke in de schouderkom past en hiermee het schoudergewricht vormt. Aan de onderzijde zit een halve kogel, waarmee het opperarmbeen verbonden zit met het spaakbeen en ellepijp en hiermee het ellebooggewricht vormt. In tegenstelling tot het zeer beweeglijke schoudergewricht, kan de elleboog alleen scharnieren.
De onderarm bestaat uit het spaakbeen en de ellepijp. Deze twee beenderen draaien en rollen overelkaar heen van elleboog tot aan de pols om zodoende de handpalm te laten bewegen.
De hand bestaat uit 27 botjes, welke er samen voor zorgen dat de hand zeer beweeglijk is, heel sterk maar tegelijkertijd ook zeer nauwkeurig. Waardoor je zware dingen met d ehand kan doen, maar ook hele fijne dingen zoals pianospelen of schilderen.
De hand bestaat uit drie delen, de pols, welke bestaat uit 8 handwortelbeentjes, de middenhandsbeentjes, 5 kleine pijpbeenderen en de vingerkootjes, 14 heel kleine pijpbeentjes.

 

Borstkas

De borstkas bestaat uit 7 paar ribben, een borstbeen, 3 paar valse ribben en 2 paar zwevende ribben. Samen vormen deze ribben een sterke, buigzame en veerkrachtige kooi welke de vitale organen zoals hart en longen beschermt.

Alle ribben zijn met elkaar verbonden door dunne spierlaagjes, de tussenribspieren, welke het uitzetten van de borstkas mogelijk maken tijdens het ademhalen.

Het borstbeen is een lang, plat bot in het midden van de borstkas. Het is ongeveer 15 centimeter lang en bestaat uit 3 botten die aan elkaar vastzitten: een driehoekig bovendeel, een lang, smal middendeel en een klein, enigszins buigzaam onderste deel. Het borstbeen is verbonden met de sleutelbeenderen dmv gewrichten. Ook zit het borstbeen verbonden met de eerste tien ribben dmv kraakbeen. Het borstbeen beschermt de inwendige organen, versterkt de ribbenkast en is een aanhechtplek voor spieren.

Wervelkolom

De wervelkolom bestaat uit 24 wervels (7 nekwervels, 12 borstwervels en 5 lage rug wervels) het heiligbeen en het staartbeentje. Tussen de wervels zitten tussenwervelschijven. De tussenwervelschijven maken beweging mogelijk

De bovenste 7 wervels van de wervelkolom zijn de halswervels. De bovenste halswervel heet de atlas. Twee achterhoofdsknobbels onderaan de schedel passen in komvormige gewrichtsvlakken van de atlas. Deze tillen de schedel lichtjes op, zodat je kunt knikken. De draaier is de tweede halswervel en heeft een uitsteeksel dat past in een groef van de atlas. Hierdoor kun je je hoofd draaien

Onder de halswervels vinden we de 12 borstwervels, welke elk dmv een gewricht verbonden is met een paar ribben, hierdoor kunnen de ribben bewegen tijdens het ademen.

Onderaan volgen de lage rugwervels of lendewervels. Deze zitten in de onderrug, tussen borstkas en heupen. Deze sterke wervels zijn in staat een groot gewicht te dragen. De rugspieren hebben hun aanhechting aan de lendewervels. Tenslotte volgt het heiligbeen: zijn wigvorm past precies in het achterste deel van het bekken.

Bekkengordel

Het bekken bevind zich halverwege het lichaam en is de verbinding tussen de wervelkolom en de benen.
Het bekken bestaat uit het heiligbeen, staartbeen en linker en rechter heupbeen. De heupbenen zijn weer opgebouwd uit 3 aan elkaar vergroeide benen:het darmbeen, het zitbeen en het schaambeen.
Het bekken draagt het bovenlijf en beschermt de organen(blaas, darmen, baarmoeder) in de bekkenholte.
Aan beide kanten van het bekken zit een diepe kom waarin de dijbeenkop (kogelgewricht) past.
Het bekken vormt ook een aanhechting voor diverse spieren, zoals de bekken, buik, bil en rugspieren.

Benen

Het grote bot in je bovenbeen, het dijbeen, loopt van het bekken tot de knie. Het dijbeen is het langste en zwaarste bot in je lichaam. Het bovenste uiteinde van het dijbeen vormt een kogelgewricht met het bekken (heupbeen), waardoor beweging in verschillende richtingen mogelijk is. Het onderste uiteinde vormt samen met het scheenbeen een scharniergewricht, waardoor de knie kan buigen.
Het onderbeen bevat net als de onderarm twee botten, het scheenbeen en het kuitbeen. Wanneer je staat wordt je gehele gewicht gedragen door het scheenbeen. Het kuitbeen draagt niet je gewicht maar zorgt wel voor ondersteuning van het enkelgewricht.

De knieschijf is een dik, driehoekig bot aan de voorzijde van het kniegewricht. het is het grootste sesambeen in het menselijk lichaam. De knieschijf is ontwikkeld in de pees van de vierkoppige dijspier, en bevindt zich tussen het dijbeen en scheenbeen. De knieschijf beschermt het kniegewricht. Ook zorgt de knieschijf voor een optimalisatie van de hefboomwerking in het kniegewricht.

Onderaan het been vinden we de voet. Deze bestaat uit 26 botjes. 7 voetwortelbeentjes, die de enkel en hiel vormen, 5 lange middenvoetsbeentjes, die het voetgewelf vormen en de 14 teenkootjes.
De beentjes in de voet zijn zo gevormd dat de voet een lichte boog vormt. Tijdens het lopen vlakt deze boog uit, wat werkt als een schokdemper.

Hiermee hebben we in vogelvlucht het gehele skelet van top tot teen behandeld. Uiteraard is er nog veel meer te vertellen over het menselijk skelet, maar we willen ons hier beperken tot algemene informatie over het skelet.